Landelijke abortusregistratie (LAR)

Rutgers WPF analyseert ieder jaar de registratiecijfers van de Nederlandse abortusklinieken. Deze registratie geeft inzicht in de achtergronden van vrouwen die een abortus laten uitvoeren.

In 2009 vonden er 32.427 abortussen plaats in Nederland. Daarvan werden er 4.098 uitgevoerd bij vrouwen die niet in Nederland wonen. In de resultaten is alleen gekeken naar de vrouwen die wel in Nederland wonen.

Abortuscijfer

Het abortuscijfer is al sinds 2001 constant. In 2009 lieten 8,8 per 1000 vrouwen een abortus uitvoeren. Tussen 1983 en 1993 was het abortuscijfer lager dan 6,0. De stijging daarna komt vooral doordat het aantal allochtonen sindsdien is toegenomen en deze een hoger abortuscijfer kennen.

Tieners

Het aantal tieners dat in Nederland zwanger wordt, is het laagste ter wereld. Ook het aantal abortussen onder tieners is laag, 5,3 per 1000 meiden tussen de 15 en 19. Wat opvalt, is dat Nederlandse tieners relatief vaak voor abortus kiezen als zij zwanger worden, namelijk in 63% van de gevallen. Deze abortusratio is hoger dan in andere landen.

Allochtonen

Niet-westerse allochtonen hebben een grotere kans om een abortus te ondergaan dan Nederlandse of westerse vrouwen. Vooral Antilliaanse (38,6 per 1000 vrouwen), Surinaamse (31,0 per 1000 vrouwen), vrouwen uit Midden- en Zuid-Amerika (23,4 per 1000 vrouwen) en Afrikaanse vrouwen (35,8 per 1000 vrouwen) hebben een hoog abortuscijfer. Bij Nederlandse vrouwen is het abortuscijfer slechts 5,9 per 1000 vrouwen.

Anticonceptiegebruik

De meeste vrouwen die voor een abortus naar een abortuskliniek gaan hebben anticonceptie gebruikt in de periode voorafgaand aan de zwangerschap. Grofweg heeft een derde géén anticonceptie, een derde condooms en nog eens een derde de pil gebruikt. Blijkbaar gaat er nogal eens iets mis in het gebruik van pil en condoom, terwijl dit toch twee van de meest gebruikte methoden zijn om zwangerschap te voorkomen.

Meer informatie

Jaarrapportage Wet Afbreking Zwangerschap Inspectie voor de Gezondheidszorg