Landelijke abortusregistratie (LAR)

Rutgers WPF analyseert ieder jaar de registratiecijfers van de Nederlandse abortusklinieken. Deze registratie geeft inzicht in de achtergronden van vrouwen die een abortus laten uitvoeren.

In 2010 zijn in Nederland totaal 30.984 abortussen (inclusief overtijdsbehandelingen) opgegeven aan de inspectie voor de Gezondheidszorg. Inclusief 1.070 geschatte abortussen van de kliniek die failliet is gegaan zou dit aantal op een totaal van 32.054 komen. In vergelijking met de laatste jaren blijft de toestroom van vrouwen die naar Nederland komen voor een behandeling gelijk, namelijk zo’n 12,6 %.

Abortuscijfer

In 2010 werd bij 8,7 van elke 1.000 vrouwen van 15 tot en met 44 jaar een zwangerschap afgebroken (IGZ, 2011). Dit cijfer blijft sinds 2001 nagenoeg gelijk.

Leeftijd

De gemiddelde leeftijd van de vrouwen die een zwangerschap laten afbreken, is in 2010 27,6 jaar. Zwangere tieners kiezen het vaakst voor een abortus (61,9%) en vrouwen in de leeftijd 30-34 jaar het minst (6,4%). Het abortuscijfer onder tieners is gestegen en onder vrouwen in de laatste leeftijdscategorie gedaald. Deze verschuiving kan komen doordat we in 2010 de leeftijd (op het moment van de abortusbehandeling) hebben berekend op basis van de (exacte) geboortedatum in plaats van het geboortejaar.

Anticonceptiegebruik

In 2010 gebruikte een aanzienlijk deel van de abortuscliënten een half jaar voorafgaand aan de abortus, een anticonceptiemethode. Meer dan één derde van de abortuscliënten is zwanger geworden terwijl zij de pil gebruikten (34,4%) en 24,9% gebruikte condooms. Bijna één derde (31,7%) gebruikte geen enkele vorm van anticonceptie.

Zwangerschapsduur

Het gemiddeld aantal weken waarop vrouwen hun ongewenste zwangerschap laten afbreken is 8 weken amenorroeduur. Een meerderheid van de vrouwen laat de zwangerschap afbreken in het eerste trimester (91,5%), waarvan 40,1% de zwangerschap laat afbreken binnen de eerste 6 weken. Bij 8,5% van de vrouwen is de zwangerschap tot in het tweede trimester gevorderd als de vrouw overgaat tot een abortus. Deze cijfers komen nagenoeg overeen met voorgaande jaren.

Land van herkomst

In 2010 was 45,9% van de abortuscliënten van (autochtone) Nederlandse komaf. De hoogste abortuscijfers voor 2010 zijn te vinden bij Antilliaanse vrouwen, vrouwen uit Suriname, vrouwen uit Afrika en vrouwen uit de rest van Midden- en Zuid-Amerika. Het abortuscijfer voor deze vier groepen varieert tussen de 20,4 en 40,4 per 1.000 vrouwen van dezelfde herkomst. Onder de allochtone groepen, zijn het de vrouwen van Antilliaanse afkomst die het vaakst voor een abortus kiezen, gevolgd door Surinaamse vrouwen.

Jongeren

Van de totale groep tienermeiden die in 2010 zwanger was koos 61,9% voor een abortus, meer dan één op de drie meiden (38,1%) droeg de zwangerschap uit.
Het merendeel van de tieners die een abortus laten uitvoeren is 17 of ouder (76,6%). Iets meer dan één op de tien meiden is 16 jaar (14,2%), 6,4% is 15 jaar en slechts 2,3% is 14 jaar of jonger. De meeste abortuscliënten in de leeftijd jonger tot en met 19 jaar zijn van Nederlandse komaf. De Nederlandse abortuscliënten van 15 t/m 19 jaar hebben daarentegen wel één van de laagste abortuscijfer. Surinaamse en Antilliaanse meiden in dezelfde leeftijdsgroep hebben het hoogste abortuscijfer.

Vrouwen wonend in het buitenland

In het bestand van de Landelijke abortusregistratie (LAR) zijn 2.814 buitenlandse vrouwen opgenomen. Dit is 69% van het totaal aantal buitenlandse vrouwen dat naar Nederland komt voor een abortus. De meeste abortuscliënten wonen in Frankrijk (50,1%). Daarnaast komen redelijk wat vrouwen uit Duitsland en België/Luxemburg. In vergelijking met Nederlandse vrouwen, komen vrouwen uit het buitenland vaker voor een abortus bij een zwangerschapsduur in het tweede trimester.

Bovenstaande is een samenvatting van het facstheet Landelijke abortusregistratie 2010.

Hier vind u de volledige factsheet:

Meer informatie