Landelijke abortusregistratie (LAR)

Rutgers WPF analyseert ieder jaar de registratiecijfers van de Nederlandse abortusklinieken. Deze registratie geeft inzicht in de achtergronden van vrouwen die een abortus laten uitvoeren. In 2011 is data verzameld van 10 van de 16 klinieken. Dit is dus een steekproef.

In 2011 zijn in Nederland totaal 31.707 abortussen (inclusief overtijdsbehandelingen) opgegeven aan de inspectie voor de Gezondheidszorg. Hiervan zijn 3.924 behandelingen uitgevoerd bij vrouwen die buiten Nederland wonen. In vergelijking met de laatste jaren lijkt de toestroom van het aantal vrouwen die naar Nederland komen voor een behandeling steeds verder af te nemen.

Abortuscijfer

In 2011 werd bij 8,7 van elke 1.000 vrouwen van 15 tot en met 44 jaar een zwangerschap afgebroken (IGZ, 2011). Dit cijfer blijft sinds 2004 nagenoeg gelijk.

Leeftijd

In 2011 zijn vrouwen die een zwangerschap laten afbreken gemiddeld 27,5 jaar. Van alle zwangere vrouwen kiest 13,3% ervoor om de zwangerschap af te breken. Zwangere tieners kiezen het vaakst voor een abortus (62,0%) en vrouwen in de leeftijd 30-34 jaar het minst (6,4%). Bijna de helft (49,4%) van de vrouwen is kinderloos. Meer dan een derde van de vrouwen (38,9%) heeft al eerder één of meerdere abortussen laten verrichten.

Anticonceptiegebruik

In 2011 gebruikte een aanzienlijk deel (70,8%) van de  abortuscliënten een half jaar voorafgaand aan de abortus, een anticonceptiemethode. Bijna een derde (31,7%)  van de abortuscliënten is zwanger geworden terwijl zij de pil gebruikten en 25,4% gebruikte condooms. Uitgebreide informatie over de reden van anticonceptiefalen is te vinden in de factsheet.

Zwangerschapsduur

Het gemiddeld aantal weken waarop vrouwen hun ongewenste zwangerschap laten afbreken is 8 weken amenorroeduur. Een meerderheid van de vrouwen laat de zwangerschap afbreken in het eerste trimester (91,5%), waarvan 40,1% de zwangerschap laat afbreken binnen de eerste 6 weken. Bij 8,5% van de vrouwen is de zwangerschap tot in het tweede trimester gevorderd als de vrouw overgaat tot een abortus. Deze cijfers komen nagenoeg overeen met voorgaande jaren.

Land van herkomst

In 2011 was 36,4% van de abortuscliënten van (autochtone) Nederlandse komaf. Net zoals voorgaande jaren, zijn in 2011 de hoogste abortuscijfers te vinden bij Antilliaanse vrouwen (43,1 per 1000 vrouwen), vrouwen uit Suriname (31,2 per 1000 vrouwen) en vrouwen uit Afrika, exclusief Marokko (30,2 per 1000 vrouwen).  Een groot deel van de vrouwen die voor een abortus komen, hebben al eerder een abortus ondergaan. Onder Surinaamse en Antilliaanse vrouwen zijn deze percentages het hoogst, respectievelijk 54% en 58%. Deze percentages blijven onverminderd hoog.

Jongeren

Van de totale groep zwangere tienermeiden in 2011 koos 62,0% voor een abortus, meer dan één op de drie meiden (38,0%) droeg de zwangerschap uit. Ook onder de tieners zijn de abortuscijfers het hoogst onder Antilliaanse en Surinaamse meiden. Het merendeel van de tieners dat een abortus laat uitvoeren is 17 of ouder (59,7%).

Vrouwen die wonen in het buitenland

In het bestand van de Landelijke abortusregistratie (LAR) zijn 3.109 buitenlandse vrouwen opgenomen. Dit is 79% van het totaal aantal buitenlandse vrouwen dat naar Nederland komt voor een abortus. Het grootste aandeel abortuscliënten woont in Frankrijk (40,2%). Daarnaast komen redelijk wat vrouwen uit Duitsland (27,3%) en België/Luxemburg (19,3%). In vergelijking met Nederlandse vrouwen, komen vrouwen uit het buitenland vaker voor een abortus bij een zwangerschapsduur in het tweede trimester. Onder vrouwen uit Frankrijk is dit zelfs 99,8%.

Bovenstaande is een samenvatting van het facstheet Landelijke abortusregistratie 2011.

Hier vindt u de volledige factsheet:

Oudere gegevens:

 Meer informatie